Geldigheid van jurisdictiebedingen bij grensoverschrijdende tewerkstelling? | Agoria

Geldigheid van jurisdictiebedingen bij grensoverschrijdende tewerkstelling?

Published on 01/08/12 by Jan Briffaerts
In een recent arrest heeft het Europees Hof Van Justitie zich uitgesproken over de werking van Verordening 44/2001 (“Brussel I – verordening”) inzake jurisdictiebedingen in arbeidsovereenkomsten. De Brussel I Verordening regelt de rechterlijke bevoegdheid en afdwingbaarheid van rechterlijke uitspraken in grensoverschrijdende privaatrechterlijke rechtszaken.

Het Hof deed zijn uitspraak (C-154 van 19 juli 2012) in antwoord op een prejudiciële vraag van het Arbeidshof van Berlijn in een zaak tussen de Algerijnse ambassade en de gewezen chauffeur van de ambassade, die in 2007 door de ambassade was ontslagen. De Algerijnse ambassade riep in dat de Duitse rechtbanken niet bevoegd waren in deze zaak. Naast de internationale immuniteit in hoofde van de ambassade en haar personeel beriep de ambassade zich ook op een beding in het arbeidscontract waarin werd bepaald dat enkel de Algerijnse rechtbanken bevoegd waren.

De Duitse rechter vroeg zich af of de ontslagen werknemer de bepalingen van de Verordening kon inroepen, die de plaats aanwijzen waar een rechtszaak kan ingespannen worden door een werknemer. Deze bepalingen voorzien in een keuzemogelijkheid voor de werknemer: in principe kan hij naar de rechtbank gaan in het land waar zijn de belangen het best kunnen behartigd worden. Dat kan het land zijn waar hij verblijft, het land waar hij werkt of het land waar zijn werkgever gevestigd is.

Het Hof van Justitie stelde dat Verordening 44/2001 de mogelijkheden om af te wijken van de aanwijsregels die ze invoert, heel duidelijk beperkt. Een overeenkomst over de bevoegde rechtbanken, afgesloten tussen werkgever en werknemer op het moment van

The rest is reserved for Agoria members